EERSTE HULP / by Romi Tweebeeke

Afgelopen week besteedde ik uren op de eerste hulp van een ziekenhuis. Niet voor mijn werk maar voor de zorgen om een goede vriendin. Ik kroop even in de rol van mantelzorger en hield hierbij mijn ogen en oren open. De omgeving is kil, alles gaat snel, behalve de tijd. Het is overduidelijk dat niemand hier wil zijn. De ruimtes worden gescheiden door witte gordijnen waar gekke ondefinieerbare vlekken in zitten. Onbewust luister ik naar de gesprekken van de mensen naast ons. Ik kan ze niet zien, maar wel visualiseren.

Bikkel
Een dame geboren in 1926 loopt naar binnen met haar rollator. Op een rustig tempo maar met een daadkrachtige stap. Ik zie alleen haar voeten en begin meteen te rekenen. 91 jaar. De behandelend arts verhoogt direct zijn stem en praat langzamer. Ik vraag me af of dit nou echt nodig is. Als ik iets heb opgestoken van het werken met ouderen, is dat ze graag gelijk behandeld willen worden. Ik probeer niet te oordelen. Hij doet zijn werk en dat valt niet mee. Mevrouw was nog goed bij de tijd en vertelde haar verhaal. Vijf dagen geleden was ze uitgegleden in de keuken. Ze kon haar rollator net niet op tijd vastgrijpen. ‘Och, ik kan gewoon lopen en ben zelfs nog lekker naar de markt geweest.’ Het slapen ging minder goed en daardoor besloot ze toch om maar even naar de huisarts te gaan. De vriendelijke huisarts stuurde haar door naar de eerste hulp. Een zuster legde haar in een bed en ik hoorde haar zeggen ‘Jeetje u bent echt heel erg hard gevallen.’ In een razend tempo volgt er een bloedonderzoek, extra zuurstof en een scan. Uitkomst: zeven gebroken ribben en een klaplong. Wat een bikkel, was mijn eerste reactie.

Opname
‘Mevrouw u blijft een paar nachtjes hier.’ vertelde de arts op een langzaam tempo.' ‘Oh nee toch, dat ik dit op mijn leeftijd nog allemaal moet meemaken’. Ik voelde de paniek in haar stem. ‘U wordt zo opgehaalde met de ambulance en mag niet meer bewegen omdat u zoveel heeft gebroken.’ Ik had met haar te doen. Inmiddels was haar zoon gearriveerd. Het is gebruikelijk om bij opname van patiënten in het ziekenhuis afspraken te maken over het reanimatie-beleid. ‘Het ziekenhuis moet u dit vragen, als er zich een probleem voordoet met uw hart, wilt u dan gereanimeerd worden?.’ De paniek neemt toe. ‘Och daar heb ik nog nooit over nagedacht. Ik ben nog zo kwiek.’ De arts geeft toe dat het een lastige vraag is. Antwoorden is verplicht. ‘Hoe kom ik daar dan uit?’ vraagt de mevrouw. Een scherpe vraag, wat mij duidelijk maakt dat de vrouw nog pienter in het leven staat. ‘U bent al zo oud, ik adviseer u om niet gereanimeerd te willen worden. De kans dat u er een beetje goed uit komt is heel klein.’ Ik voel nog meer paniek. Mevrouw weet het echt niet een vraagt haar zoon te hulp. Die geeft hetzelfde antwoord. De arts zucht en noteert. 

Mijn gevoel
Ik ben geraakt. Niet zozeer door de vraag. Deze wordt tenslotte bij iedere patiënt keurig herhaald. Het is de reactie van de arts die mij doet slikken. ‘U bent al zo oud, ik adviseer u om niet gereanimeerd te willen worden.’ Het was geen gesprek. Het was vraag en antwoord. En dat terwijl de ambulancebroeders al ongeduldig om hoek klaar stonden voor vertrek. 

Thuis begin lees ik op het internet meer van dit soort verhalen. Wat mij betreft moet ik echt beter/anders kunnen!

Een beeld dat ik eerder maakte voor mijnkwaliteitvanleven.nl

Een beeld dat ik eerder maakte voor mijnkwaliteitvanleven.nl

Romi Tweebeeke - Mei 2016